# 16 | Le Tréport

Samenvatting

We rijden via Fécamp waar we een korte fietstocht maken door een saaie stad met een fantastisch middelpunt. Daarna rijden we naar Le Treport. Een voor ons onbekend pareltje met twee gezichten.

Op weg naar huis

We zijn nu echt op de weg terug naar huis dus het is altijd even plannen hoe we dat doen en willen. We willen niet te grote stukken rijden en zoals altijd ben ik vergeten om interessante plekken te verzamelen voor op de terugreis. Dat heb ik na 5 jaar nog steeds niet in de vingers 🙂 We rijden eerst naar Fécamp en dat gaat over best smalle wegen.

Past precies

Anders dan in bijvoorbeeld Schotland zijn hier niet veel plekken waar je elkaar kunt passeren als je een tegenligger tegen komt. Als we dus een andere camper tegenkomen is het een beetje passen en meten en nemen we een paar takken mee achter onze luifel maar het gaat goed.

Fécamp

Tot de midden jaren 70 was dit de de op 3 na grootste vissershaven in Frankrijk. De vissers visten voornamelijk kabeljauw in de wateren rondom Newfoundland, Canada. Scheepsreparatie en het maken en herstellen van netten vormen een belangrijk onderdeel van de lokale economie.

Vis, daar draait het hier om

De stad ziet er een beetje troosteloos en armoedig uit vinden wij. Grote uitzondering daarop is het Palais Benedictine, de abdij waar het bekende drankje gemaakt wordt. De rondleiding door de abdij deden we al in 2016 en is een een must do als u in de buurt bent. Wij houden het dit keer bij een foto.

De abdij, niet zo sober zoals u ziet

We rijden daarna verder naar Le Treport. Daar zijn we nog niet eerder geweest en net als wij zullen veel mensen er nog nooit van gehoord hebben. Wij weten het uit een blog van Hans Koolmees. Zijn blogs vindt u onder links in het menu. We rijden naar de camping Municipal les Baucaniers. Dit is een echte stads camping maar dan wel een hele nette. Prachtige ruime plekken, keurig sanitair en voor municipal tarieven. Voor € 16 staan we een nachtje.

Ruime plekken op asfalt en ruim gras naast je deur
Le Treport

Le Treport is een redelijk onbekend pareltje en dat vraagt wat uitleg. Ik kan niet veel vinden op internet dus ik vertel het in mijn eigen woorden met het risico dat ik er helemaal naast zit 🙂 De stad is opgedeeld in twee delen. Als eerste het oude en waarschijnlijke arme vissers gedeelte aan de zuidelijke kant. In het midden zitten de sluizen en de (industriële) haven. Aan de noordkant het voormalige station en de waarschijnlijk welgestelde voormalige badplaats. Wij kunnen ons voorstellen dat veel bezoekers niet op de hoogte zijn van de twee heel verschillende delen.

We fietsen eerst naar het vissers gedeelte. Langs de haven zit een boulevard met terrasjes en winkeltjes. Gezellig maar niks bijzonders. Op de kop van de haven staan twee historische havenlichten. Leuk dat die nog in gebruik zijn !

Stuurboord zijde

Vervolgens fietsen we naar de krijtrotsen waartegen het oude centrum is aangebouwd. Daar start de funiculaire die u naar boven kan brengen. Een mooie mogelijkheid. Er staat echter een wachtrij want dat is natuurlijk leuk en ook nog eens gratis. In de huidige situatie hebben we geen zin om met anderen in een wagonnetje plaats te nemen.

Door de rotsen op de rotsen

Wij hebben natuurlijk volle batterijen dus in mum van tijd zijn wij boven op de fiets. Sneller nog dan de mensen in de rij 🙂 Vanaf de rosten heb je een mooi uitzicht op het stadje.

Le Treport
Smal en dun

Vanaf de rotsen is het oude vissersgedeelte mooi te zien. Heel veel huisjes in opvallend smalle straatjes. Kennelijk was de grond hier duur of er was simpelweg geen plaats.

De oude wijk vanaf boven gezien

We dalen af met de fiets om dit met eigen ogen te zien en het is verwonderlijk. De huisjes zijn echt klein. Ze zijn allemaal smal. Ik schat een meter of 4 breed per woning maar ze zijn ook nog eens ondiep. Tussen voordeur en achterdeur zit 4 tot 6 meter. De voordeur zit dus in de ene straat, de achterdeur in de volgende straat. Iedereen heeft dus kennelijk twee adressen ! We fietsen door de smalle straatjes en gluren voorzichtig naar binnen.

Dit is dus de kopse kant, zo diep is dus elke woning !

De wijk is gebouwd aan het begin van de vorige eeuw. Het is duidelijk te zien dat het stukje bij beetje wordt opgeknapt. De bewoners hebben dus geen tuin en zitten dus voor de deur als ze buiten willen zitten. De stoep is een meter breed en er staan ook nog auto’s geparkeerd.

We spreken een man die aan het verbouwen is. Hij heeft dus twee voordeuren en waarschijnlijk dus ook twee adressen. We zijn benieuwd hoe dat vroeger ging. Misschien waren die woningen toen ook nog eens gesplitst, dan had je dus dus vier meter breed en 2 a 3 meter diep en dus 12 m2 per woonlaag! Nu zijn dat er dus wel 24 m2. Dat zie je in Amsterdam niet eens. Hieronder op nummer 38 ziet u het licht van de achterdeur en dat is dus de deur op de foto ernaast in de volgende straat 🙂

Tegeltjes

Ook bijzonder in deze wijk zijn de vele tegeltjes. De meeste woningen hebben een eigen naam en bijpassend tegeltje. Van de vogels hebben we een kleine collectie gemaakt.

We sluiten dit deel af met een wit wijntje op een typisch terras in deze oude wijk. Wat een leven zo !

Geen straf om hier even te vertoeven hoor !
Mers les Bains

Op zich is een bezoekje aan het oude visserijgedeelte dus al een feestje. Maar we fietsen langs de haven en over de brug naar de noordkant van de stad. Je moet dus echt weten dat daar nog meer interessants te vinden is anders rij je zo verder. Halverwege tussen de twee gedeeltes ligt het treinstation. Er rijden geen treinen meer dus het staat een beetje te verpieteren. Dat is toch zonde van zo’n mooi gebouw !

Het oude station

De wijk voor de badgasten heet Mers les Bains en is ontstaan toen het het baden in zee in de mode kwam. Dat was ook in het begin van de vorige eeuw. Aan de huizen kun je zien dat het een wijk ‘op stand’ was. Sjieke huizen aan zee. Elk pand schreeuwt om aandacht door de gebruikte kleuren, balkonnetjes, torentjes en tierelantijntjes. Als je het de eerste keer ziet denk je eerst huh ?

Leuke pandjes

Een aantal panden zijn inmiddels gerenoveerd maar er zijn er ook een aantal die de laatste schildersbeurt voor de oorlog hebben gehad, die zijn niet meer te herstellen. Langs de boulevard staan witte strandhuisjes op het strand en er staat veel kunst. Hier krijg je zo’n typisch vakantiegevoel. U snap wel wat ik bedoel denk ik.

Kunst en strandhuisjes

We maken ons rondje af en rijden daarna terug naar de camping. Een ervaring rijker terwijl we inmiddels weten dat tegen Le Treport het plaatsje Eu ligt. Dat schijnt de plaats te zijn dat na Rouen de meeste historische schatten heeft en waar de Franse keizer een buitenverblijf had. Balen zeg, moeten we nog een keertje terug 🙂

Geef een reactie